Gloeibougies

Lange gloeibougies, zoals toegepast bij common rail-dieselmotoren, kunnen hardnekkig vastzitten. Bij het demonteren bestaat kans op afbreken, met een grote schade tot gevolg. Met behulp van de de Vibropac demonteren wij naast vastzittende verstuivers ook vastzittende gloeibougies, door middel van  hoogfrequente trilling worden ze door ons losgemaakt. Daarna draai je de gloeibougie er gemakkelijk uit. Neem dus direct contact op met de verstuiverdokter bij vastzittende gloeibougies, dit lijkt duurder is het echter niet.

Defecte gloeibougies veroorzaken indirect meer schade dan u misschien zult denken. Het meest hinderlijke voor uw klant is het slecht starten van zijn auto. Echter zeker zo belangrijk is dat de uitstoot van schadelijke gassen, van een auto die met een defecte gloeibougie rondrijdt, veel hoger ligt dan in normale omstandigheden het geval is. Als laatste reden is het verbruik te noemen. Auto’s die met een defecte gloeibougie rondrijden, gebruiken duidelijk meer brandstof dan nodig is (bij een defecte gloeibougie valt bovendien de nagloeifunctie weg, zodat de motor na het starten minder goed loopt).

 

Controle Gloeibougies

Het controleren van gloeibougies kunt u op verschillende manieren aanpakken. Wij hebben enkele richtlijnen voor u op een rijtje gezet:
Spanningsmeting: Met een voltmeter meet u de spanning die tijdens het gloeien ontstaat tussen de gloeibougie en de massa. Deze moet gedurende de aanstuurtijd minimaal 8,5V bedragen. Zonder aansturing moet deze kleiner zijn dan 0,3 V.
Stroommeting: De stroom per gloeibougie hoort, afhankelijk van het type voertuig, tussen de 8 à 15 Ampère te liggen.
Onderbrekingstest: Indien de gloeidraad onderbroken is krijg je bij een weerstandsmeting van de gloeibougie een oneindige Ohm waarde.
Gloeitest: Kijk in gedemonteerde toestand of de gloeibougie wel op het uiteinde begint te gloeien en niet op de schacht.


Gloeibougie Vervangingstips

Zorg er altijd voor dat het juiste type gloeibougie wordt gebruikt. De schade aan een motor kan behoorlijk zijn als de gloeibougie defect raakt. Gebruik het juiste gereedschap, verkeerd gereedschap kan leiden tot beschadiging van de aansluiting of de moerkant. Let er op dat er geen vuil of koolaanslag in de cilinders terecht komt en de schroefdraad in de cilinderkop zuiver is. Het is zeker ook belangrijk dat het juiste aanhaalmoment gebruikt wordt. Te vast draaien kan leiden tot beschadiging van de schroefdraad, of tot verlaagde stroom in de regelspiraal en daardoor tot een te hoge stroom naar de gloeispiraal
op het uiteinde van de gloeibougie. Met als gevolg verbranding of het te vastzitten van de gloeibougie in de cilinderkop. Controleer na het vervangen van de gloeibougie ook steeds het tijdstuurrelais. Als dat defect is, kan dat zorgen voor een te lange of zelfs blijvende stroomtoevoer naar de gloeibougies, met eveneens verbranding tot gevolg.

Verdiep u ook altijd in de oorzaak van een defecte gloeibougie. Voorkomen is beter dan het herhaaldelijk genezen. Een defecte gloeibougie kan bijvoorbeeld ook het gevolg geweest zijn van te hoge spanning door het gebruik van startkabels (starthulp alleen met 12V boordspanning).